Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde ik liever niet opwekken en daar was kans op. Maar nu verbood hij mij niets, hij had Jantje, die hem zou opvroolijken als hij thuiskwam. Ik werd boos op hem, ik was beleedigd en dit alles weerhield mij iets van mijn waren gemoedstoestand aan mijn man te laten merken. Ik maakte mij druk met pakken, ik sprak luchthartig en opgewekt over mijne reis, toen Walter thuis kwam, ik gaf Anna mijne bevelen voor Jan, drukte mijn man met een lachend gelaat op het hart, hem alles te geven, zooals hij het gewend was en speelde als altijd na tafel met Jan.

Het ventje was in een bijzonder aanhalige bui.

Hij verdeelde zijne gunsten zeer rechtvaardig tusschen papa en mama.

„Mama moet spelen van de soldaten," commandeerde hij.

Ik zette mij aan de piano en speelde: „Wer wil unter den Soldaten," Walter moest achter hem aan om de tafel marcheeren. „Mama ook zingen." Ik beproefde het, maar dat ging toch moeilijk, het was, alsof ik iets in de keel had.

„Hij zal mij evenmin missen als hij Nel gemist heeft," dacht ik eenige oogenblikken later, toen hij vermoeid van het spelen bij Walter op schoot zat en naar een vertelseltje luisterde. Zijn blonde kopje leunde tegen Walters jas, en hij hield met moeite zijn oogjes open. Het vertelseltje eindigde dan ook iederen avond: „En toen ging Jan naar bed."

„De zon is ook naar bed, vent," zeide Walter. „Kijk maar." Anna bracht nu het theewater in de serre en ik nam Jan op mijn arm om hem naar bed te brengen.

Het was zulk een gemakkelijk kind, hij schikte zich

Sluiten