Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was een schoone avond. Statig was de zon onder den horizont gedaald, haar gebied overlatende aan de sterren, die langzaam van uit de donkere diepten des hemels te voorschijn lichtten. Met steeds helderder gloed schitterde de avondster. Was het van blijdschap, dat de koningin van den dag haren lieflijken glans in de eerste uren niet zou doen verbleeken, of waande zij zich zelve de koningin van den nacht, geroepen vrede en rust te gebieden in de harten der menschen beneden haar'? Zeker was het dit laatste, want even statig bleef zij pralen, toen de maan van achter een dikke wolkenbank te voorschijn gleed en hare bleeke stralen over het landschap goot. Rustig was het daar beneden; niets verbrak de stilte dan het eentonig gemurmel van het water, dat over de galangans x) der sawah's naar lagere gedeelten vloeide en het gehuil van een paar maanzieke kamponghonden.

Het was half vier in den morgen. Een donderenden banjir gelijk, die alles, wat hij op zijn weg ontmoet, meesleurt en vernietigt, stormde een vijf honderdtal Atjehers met de klewang in de vuist onder het aanheffen van hunnen helschen oorlogskreet, het bivouac binnen. Onbeschrijfelijk was de verwarring die ontstond. De verraste krijgers grepen slaapdronken naar hunne wapens, maar konden niet beletten, dat de vijanden tot in het diepst van het bosch doordrongen, en daar eene vreeselijke slachting aanrichtten. Het was een moorddadig gevecht, een strijd van man tegen man. De duisternis, die in het bosch heerschte — de wachtvuren om het bivouac waren uitgegaan en de maan had zich ach-

1) Dijkjes tusschen de deelen van een sawah.

Sluiten