Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Somtijds gebeurde het wel dat een of andere oude vrijster of weduwe, aangetrokken door Joseph's bekende goede verdiensten eene poging tot toenadering waagde, maar hij scheepte ze alle af met een kort woord of hield zich nog doover dan hij werkelijk was. Als ze dan om zich eene houding te geven verlegen lachten of inderdaad uit beleedigde eerzucht hem spottend aankeken, dan kwam zijn haat tegen het heele vrouwelijk element weer boven, daar zijn achterdochtige natuur van doof wezen, achter elke vrouwelijke glimlach meer zocht dan wel bedoeld kon zijn. Nu er wat te halen is, nu willen ze wel, dacht hij dan bij zichzelven, maar hart voor een ongelukkige dat hebben ze niet, geen van allen.

Zoo bleef Joseph jarenlang zijn eentonig bestaan voortzetten, levende als een kluizenaar op zijn kamertje in het huisje eener oude vrouw, die 's avonds als hij vermoeid thuis kwam, voor koffie en boterhammen zorgde (hij at in een kosthuis in de stad), en zich verder niet met hem bemoeide. Alleen Zondags ging hij plichtmatig naar de roomsche kerk, waar hij nooit eenige stichting opdeed wegens zijn doofheid. Daarna ging hij wel eens naar de herberg waar hij een enkel glaasje klare dronk en de courant las zonder zich verder met iemand te bemoeien.

Zijne spaarduiten begonnen intusschen Hink te vermeerderen, dank zij zijne goede verdienste en zuinigheid. Hij bewaarde ze gedeeltelijk thuis, gedeeltelijk in zijn stal, waar niemand dan hijzelf ooit kwam, onder het hooi. Van een spaarbank had hij nooit gehoord en was te wantrouwend en te hebzuchtig om zijn geld uit handen te geven, of anderen te doen merken dat hij zoo-

Sluiten