Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bergen. Nu echter at het groote dier de verdiensten op, die voor hem en zijn meester beiden bestemd waren en Joseph zag langzamerhand zijne schatten slinken. Eerst was de kous met het kleine geld en de guldens uitgeput, toen werden langzamerhand de rijksdaalders gewisseld. Met zorg zag hij den tijd tegemoet dat ook die schat opgeteerd zou zijn. Wat dan? Zijn paard en den stal verkoopen? Hij kon er niet toe besluiten terug te keeren tot zijne hondenkar. Hij zou niet langer benijd worden, geen vrijster zou ooit meer naar hem kijken, want hoe onverschillig ook voor de vrouwen, 't streelde hem toch dat hij nog begeerd werd.

En dan Mie van Bokstel? In plaats van te barsten van spijt zou ze bij zichzelve lachen met dien hatelijken spottenden lach, net als die meid van morgen gedaan had, die meid bij had ze kunnen worgen toen hij 't merkte. Het geheele tooneeltje bij boer Van Sprang herleefde weer in zijn geest. Daar zag hij op eens klaar en duide- * lijk weer dat schitterende straaltje goud in die kist.

Wel moest die Van Sprang er goed bij zitten. Er zou nog wel meer in verborgen zijn. De vrouw had er 10 gulden uitgehaald. Ja, er zouden ook wel rijksdaalders, misschien bankpapier in bewaard worden.

Eensklaps schoot eene gedachte door zijn brein. Als hij dat geld eens kon stelen?

Dat mooie blinkende goud! Dan was hij van alle zorg ontheven. Dan zou hij tot aan zijn dood het liedje kunnen uitzingen. Eerst zou hij het zilver uitgeven en als dat op was aan dat mooie goud beginnen. Van elk tientje zou hij zoowat drie a vier weken kunnen leven. Stierf zijn paard of werd het te oud dan kon hij zijn

Sluiten