Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verfde. Einaenjk gaf ze geen teeken van ievjan meer en staakte hij zijn razenden aanval.

Maar nog zag hij haar hals, blank en ongedeerd afstekende legen het rookende roode bloed. Hij greep zijn zakmes en met een woesten jaap gaf hij eindelijk bevrediging aan zijn jarenlang opgekropten haat. Het bloed spoot uit de gapende wonde, Joseph wendde zich af. Hij was bevredigd.

Rustig ging hij naar de pomp in den stal, wiesch zijne handen en zijn mes zorgvuldig af. Op zijn kleeren zag hij geen bloedvlekken. Dit laatste verbaasde hem het meest. Daar was hij bizonder goed afgekomen, grinnikte hij bij zichzelven.

Thans echter herinnerde hij zich het doel zijner komst. Hij liep weer naar binnen, begaf zich naar de bedstede en zonder een blik te slaan op zijn slachtoffer sleepte hij de zware kist naar den stal. Weer nam hij den bebloeden bijl ter hand en met korte krachtige slagen was het deksel spoedig aan splinters gebeukt. Hij rukte de stukken los. Daar lag het goud dof glinsterende bij het gedempte licht der stal. Een greep en het verdween in zijn broekzak. Nog meer. Guldens, rijksdaalders, een hoop oude papieren en in den hoek een portefeuille met bandjes dicht gebonden. Haastig trok hij de banden los. Ha, hij dacht het wel! Bankpapier. Hij verborg haar onder zijn vest, en stak zooveel van het zilver in zijne broekzakken als hij bergen kon zonder gevaar te loopen opgemerkt te worden. Haastig liep hij eindelijk naar buiten en den weg op, met een gevoel van blijde verheuging over zijn gelukten aanslag.

Op den weg liep niemand op dien Zondagmorgen.

Sluiten