Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joseph spoedde zich voort tot aan een zijweg, dien hij insloeg. Bij eene plek waar vier hooge boomen stonden terzijde van den weg, trok hij twee elkaar kruisende dunne streepen met den punt van zijn mes in het zand, loopende van de beide voorste naar de beide achterste dwars over elkaar staande boomen. Op het kruispunt groef hij haastig een kuiltje, waarin hij de portefeuille legde en die daarna begroef, echter met de voorzorg, dat de eindjes der bandjes boven den grond uitstaken.

Haastig en gejaagd, al zijne zenuwen en spieren in de hoogste overspanning, maar toch met groote zekerheid en uiterlijke kalmte had Joseph gehandeld, want hij had overigens slechts zijne lang overdachte plannen uit te voeren. Hij zag op zijn horloge. Een half uur was nauwelijks verloopen sedert hij het gezin van Van Sprang had zien voorbijgaan, de kerk kon amper een kwartier zijn begonnen, 't kwam er nu maar op aan gauw te zijn en zich zoo spoedig mogelijk voor de oogen der menschen in de kerk te vertoonen.

Joseph liep snel langs den weg met de handen in de broekzakken om het geld niet te laten rammelen. In het dorp, dat hij van eene andere zijde dan hij het straks verlaten had was genaderd, vertraagde hij zijn loop en sloop de kerk, die niet ver van den buitenweg lag, door eene zijdeur binnen.

Langzaam als ongemerkt schoof hij langs eenige staande gemeentenaren naar voren tot hij genoegzaam in het front stond om door velen gezien te worden, terwijl zijne ietwat latere komst zoo goed als onopgemerkt bleef.

Tersluiks loerde hij rond naar van Sprang en zijne II. ' x8

Sluiten