Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haastig gaf hij nu zijn paard wat te drinken, wierp een paar grepen hooi in den ruif en begaf zich weer naar buiten. Buiten was alles nog rustig. Men wist nog

altijd van niets. Maar straks De oude vrouw bij wie

hij inwoonde wachtte al op hem met het eten, Zondags at hij natuurlijk thuis. Joseph bromde een goedendag toen hij binnenkwam en zette zich zwijgend aan den soberen maaltijd. Trek in eten had hij niet, daarvoor was hij nog in te overspannen toestand, doch hij deed zich geweld aan en werkte schijnbaar kalm eenige aardappelen en eenige stukjes spek naar binnen. „Skoon weer vandaag," schreeuwde de oude vrouw hem in 't oor, toen hij genoeg scheen te hebben en zijne pijp aanstak.

Joseph dacht aan zijne morgenonderneming, ja, mooi droog weer had hij gehad, dat was zeker. Als antwoord aan de oude vrouw knikte hij even bevestigend met het hoofd en zei: „Ja woar, skoon weer."

„He d' al gekuierd?" schreeuwde de oude weer die hem graag van den vloer had.

Joseph knikte weer bevestigend en zei tusschen twee rookwolken in : „Een weegje om voor de kerke." Daarna bleef hij zwijgend voortrooken, doch al sloten zich zijne lippen als gewoonlijk, zijne gedachten waren voortdurend bezig met de buitenwereld. Nog was alles rustig, maar ieder oogenblik kon dat veranderen en het gerucht zich als een loopend vuur over het dorp verspreiden. De Van Sprangs wisten het nu allang, de veldwachter was misschien al gewaarschuwd.... Daar werd de deurklink opgelicht en eene buurvrouw trad binnen die iets tegen de oude vrouw zei, deze was blijkbaar verrast en liep naar buiten. Joseph kon het op zijn stoel niet meer uit-

Sluiten