Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Op den vroegen morgen na den moord waren de substituut-officier van Justitie, de rechter-commissaris, de burgemeester, de brigadier der maréchaussee, de veldwachter en later de ontboden dorpsgeneesheer op de hoeve van Van Sprang vereenigd. Alles was opgenomen, nagekeken en besproken. Het geval was raadselachtig. Geen enkel lichtpunt had zich voorgedaan in de duisternis. Alleen waren allen het eens, dat de dader of daders haastig te werk waren gegaan, daar een groot deel van den inhoud der kist aan zilver was blijven liggen. Ook was men eens dat de moordenaars blijkbaar vóór het openen der kist hunne handen hadden gewasschen, daar aan den steel der bijl geen bloed kleefde en het achterlaten van een deel van het zilver misschien was toe te schrijven aan vrees voor ontdekking wegens het rammelen der stukken. Van Sprang begrootte het verlies aan zilver op een tachtig gulden. Er kon één, misschien twee personen in het geval betrokken zijn. Meerdere personen zouden meer hebben meegenomen, De wonden op het lichaam der vrouw wezen op drie wapens, den gevonden stok, de bijl en een mes. Was zij door één persoon aangevallen of waren hier twee of drie moordenaars in het spel? Met bedaarden blik onderzocht de docter nogmaals de verschillende wonden, richtte zich eindelijk op en zei op kalmen zekeren toon: „de wonden zijn door èén en dezelfden persoon toegebracht". Toen allen hem vol verwachting aankeken, met verhelderd aangezicht bij dit waarschijnlijke lichtpunt ging hij bedaard voort: „Ja,

Sluiten