Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee naar binnen, kwam spoedig terug en telde ƒ 9.70 in Joseph's hand.

Een leuk gevoel van vreugd vloog door 's mans wezen. „Danke woar," zei hij bedaard en marcheerde met zijn dier af. „Dè doe me dikker," mompelde hij bij zichzelven, toen het paard behoorlijk verzorgd was, en tevreden ging hij huiswaarts.

Tevreden ja, over 't gelukken van dezen nieuwen zet op het schaakbord, maar een gevoel van onvoldaanheid bijna van teleurstelling kwam tegelijkertijd over hem. Nu moest hij zijne rol nog verder uitspelen, 'tzelfde leventje van inwendige onrust moest worden voortgezet. Maar de gedachte aan het mooie zilvergeld in zijn broekzak gaf hem weer eenigen troost.

Intusschen doofde de smid met den jongen het vuur.

,,'t Zit er toch nog an bij Sjefke," waagde de jongen te zeggen.

De smid antwoordde niet.

„Toes 'k vruuger wel ies mit hum meeree was 't aers 'n schroale boel, daarum zij 'k er maor mee uut te scheeje."

,,'t Is oarig," zei de baas eindelijk, ,,'k he in de viefentwintig jaor da 'k smid zij hier op 't dürp nooit gaauwd gezie; die potte de boeren op witte, (weetje)."

De laatste woorden werden opgevangen door een persoon die zooeven voorzichtig de reeds duistere smidse was binnengeslopen en zich nu weer ongemerkt wilde verwijderen, doch de smid had hem reeds gezien.

„Wa hadde gère?"

De man haalde het gevonden hoefijzer uit den zak om het te verkoopen. De smid vroeg waar hij 't gevon-

Sluiten