Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoord, hield hij zijne bekentenis vol, doch aan hetzelfde punt van dien stok gekomen, begon hij te draaien; hij begon te voelen dat die vraag eene hoofdzaak raakte. Nu eens deed hij alsof hij die vraag niet goed begreep, dan weer alsof hij ze niet verstond, zoodat de gevangenbewaarder die met een hoorn in zijn oor zat te schreeuwen, de vraag telkens moest herhalen zoolang tot Joseph geheel in het nauw gebracht eindelijk weer moest bekennen:

„Joa meneer, zoo woar 't."

Nog later echter kwam een toegevoegd advocaat en toen die ook al begon te vragen en te spreken over hetzelfde punt en hij ten slotte vroeg: „Misschien hadt ge dien stok alleen maar gesneden om je te verdedigen als iemand je mocht aanvallen?... ."

„Joa meneer, zóó woar het."

Van dat oogenblik hield hij, hoe ook op de pijnbank gelegd, deze voorstelling vol, al begreep hij zelf de beteekenis van het voortdurend terugkomen op dit eene punt niet volkomen.

Eindelijk kwam de dag der openbare rechtzitting. Naast den beschuldigde was een gevangenbewaarder gezeten, die hem de vragen van den voorzitter met een hoorn in het oor schreeuwde. Ook toen hield deze zich van den dommen omtrent de beweegredenen tot het snijden van den stok en stond hij aan de zijde van den verdediger, die ten slotte het Openbaar Ministerie het „met voorbedachten rade" van den moordenaar betwistte.

Nu brak nog eene week van spanning aan voor den veel geplaagden Joseph. Toen kwam ten slotte de dag

Sluiten