Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een dezer afsluitingen gepasseerd te zijn houden onze rijtuigen stil bij een laag, witgekalkt landhuis, dat, met zijne groene jalouziën en glazen deuren, gunstig afsteekt bij de omringende woningen en meer van een „heerenhuis" heeft.

De eigenaar treedt ons met een vriendelijk J o n a p u t, (goeden morgen), te gemoet en wij stijgen uit, daar, van Boholt af, de weg onberijdbaar wordt voor rijtuigen.

Onze gastheer van het oogenblik, mede-eigenaar van de mijn welke het doel van onzen tocht vormt, geleidt ons naar een open achtergalerij en weldra staan er eenige soorten p a 1 i n k a (cognac) op tafel, die ons, in gebroken Duitsch, vriendelijk worden aangeboden. Wijselijk bedanken wij echter voor zoo'n vroegen morgendrank, verklarende dat onze magen niet bestand zijn tegen dergelijke krasse likeurtjes onmiddellijk na het ontbijt.

Wij vernemen nu, dat wij ons bevinden bij een staalbron, waarvan onze gastheer de pachter is en besluiten, daar wij toch genoodzaakt zijn te wachten tot de ossenwagens, welke ons verder zullen brengen,zijn ingespannen, de bron en badgelegenheid te gaan bezichtigen. Eerst wordt ons echter een houten loods gewezen, welke thans als sorteerschuur voor kukerus (mais) schijnt te dienen, doch in het „badseizoen" met den weidschen naam van „kursaal" bestempeld wordt. Wij hebben moeite bij die ernstig gegeven verklaring ons gezicht in de plooi te houden, steken een grasveld over en komen nu bij een in den grond geslagen ruw houten paal, het best te vergelijken met een pomp zonder slinger, waaruit een dunne straal kristalhelder water vloeit. Dat is „de" bron, welke sterk staalhoudend blijkt te zijn, getuige de door

Sluiten