Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ijzer-oxyde roodgekleurde houten goot, waardoor het kostbare vocht wegstroomt.

Wanneer er badgasten zijn wordt het water naar een houten bassin gevoerd, dat als gemeenschappelijk bad gebruikt wordt of wel naar kuipen in een zestal badkamertjes, die, in een houten loods, de geheele inrichting van dit primitieve staalbad vormen.

In de woning teruggekeerd worden wij voorgesteld aan de vrouw des huizes, doch ondertusschen verloopt de tijd en van de ossenwagens, waarmede wij onzen tocht moeten vervolgen is nog niets te ontdekken.

Een eigenaardigheid van vele Hongaren is, dat zij nooit haast hebben. Onze gastheer schijnt ook tot die „vele" te behooren; wanneer wij tenminste vragen hoe het met onze equipages staat, luidt onveranderlijk zijn lakoniek antwoord: „sogleich, sogleich," maar dan zijn wij er zeker van nog een halfuur te moeten wachten.

Als er na het laatste „sogleich" weer een geruimen tijd is voorbijgegaan, hooren wij het grintpad kraken en rijden eindelijk onze ossenkarren voor.

Twee lange houten wagens, elk bespannen met een paar roodbruine, sterke ossen met kolossale horens, staan voor ons gereed. Deze karren zijn geheel uit hout vervaardigd, tot zelfs de assen, terwijl bodem en zijwanden bestaan uit teenen horden. Onze zitplaats wordt gevormd door een laag hooi op den bodem uitgespreid en bedekt met een paardedeken, zoodat wij verplicht zijn onze beenen recht voor ons uit te steken en, door onze lage positie, ternauwernood over den rand der kar kunnen zien.

Na de pachteres gegroet te hebben, nemen wij twee

Sluiten