Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze beenen weer eens los te maken en heel gemoedelijk wandelen wij naast onzen ossenjongen voort.

Deze laatste kan zich, geloof ik, moeilijk verklaren waarom wij de voorkeur geven aan loopen, terwijl vlak achter ons een wagen rijdt, die tóch betaald moet worden. Als wij hem een Hollandsche sigaar offreeren begint zijn vroolijk gezicht als het ware te glimmen van plezier en weldra dampt hij als een stoomboot.

Rechts en links is het uitzicht ons thans benomen door steile hellingen, welke den hollen weg aan weerszijden begrenzen, doch ruimschoots wordt ons dit gemis vergoed door het verrukkelijk gezicht dat de begroeide rotsen ons aanbieden. Hier schiet tusschen twee machtige steenklompen een slanke den omhoog en wekt met zijn donkergroen loof herinneringen aan het Kerstfeest, daar steken eenige krachtige beuken hunne grillige armen dreigend boven onze hoofden uit en bepoeieren den weg met hunne goudkleurige blaren. En hooger op wisselt het felgeel van dorrend gebladerte weder af met het zilveren loof van andere boomen, die tusschen de verweerde rotsklompen oprijzen, en vormt met het fluweelig mos en de talrijke schakeeringen van groen der welige planten een heerlijke kleuren-gamma.

Over den vochtigen grond schuifelt hier en daar een lange, zwart en geel gevlekte, hagedis en bezorgt ons onwillekeurig een rilling.

Eindelijk bereiken wij de eerste huizen van Magura en staan weldra stil voor de nederige woning van den Pfarrer, voorganger van de Grieksch-Orientaalsche kerk, aan wien de mijn ook gedeeltelijk toebehoord.

Wij worden in het pronkvertrek, dat tevens tot kerk

Sluiten