Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden gekookt; de huizen prijken dan ook niet met een schoorsteen en 's winters vindt de rook waarschijnlijk door deur- en vensteropeningen wel zijn weg.

Nu eens dalende, dan weer stijgende vestigt de Pope onze aandacht op een mijngang welke ingestort is, doch eindelijk komen wij waar wij wezen moeten. Een donker gat grijnst ons aan en rechts en links zitten, als wachters bij een schat, twee mijnwerkers op onze komst te wachten.

De mijnlampen worden ontstoken en de tocht zal beginnen.

Reeds dadelijk bemerken wij op welk een primitieve wijze de mijn tot nu toe is ontgonnen; de toegang wordt gevormd door een ongeveer 10 Meter lange gang, welke niet hooger is dan 60 cM.

Gedachtig aan de door ons gepasseerde ingestorte mijngang zijn wij wel eenigszins huiverig ons in dien tunnel te wagen, doch als de Pope, die, als de dichtstbij wonende, hier het best bekend schijnt te zijn, een mijnlamp aanvat en, op handen en voeten kruipende, in het gat verdwijnt, is onze aarzeling spoedig overwonnen en manmoedig volgen wij Hollanders hem „auf alle Viere."

Ook de Franschen blijven niet achter, terwijl de stoet gesloten wordt door den pachter van het staalbad, gevolgd door een mijnwerker, die de tweede lamp draagt. Het schijnt of er geen einde komt aan den lagen tunnel, die den ingang vormt. Zoodra onze oogen echter eenigszins aan den schemer gewend zijn, bemerken wij dat de gang hooger wordt en zijn blij onze dierlijke houding van viervoeters weder tegen een meer menschelijke positie te kunnen verwisselen.

Sluiten