Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nou, schoonpapa, nu kom ik je heusch den poot van Tom vragen. De bruiloft kan heden gevierd worden!"

„Het huwlijk moet worden uitgesteld, want de bruigom is aan de haal," antwoordde ik mistroostig.

Maar de dokter was een schalk. Hij wist er blijkbaar meer van. Met quasi-ernstige stem zei hij: „Kan ik je even onder vier oogen spreken?" en toen we alleen waren: „Zeg eens, dat wordt nu een familieschandaal. Jou Tom is een doordraaier. Is dat soms een voorbereiding tot een voornaam huwelijk — zich af te geven met een straatslijpster, 's nachts voor haar deur te liggen janken en 's morgens in een café te gaan en verteringen te maken zonder te kunnen betalen....?"

„Dus weet u waar onze hond is?"

„Ja, zeker. Hij heeft den heelen nacht voor het huis van den koetsier gelegen. Hij moest zich schamen. Verloofd te zijn met het mooiste hondje van het dorp en zich af te geven met een straathondje."

„Maar.... heeft u mij niet eens verteld, dat het hondje van uw koetsier de vrucht was van een mesaillance uwer Polly?"

„Dat maakt de zaak voor Polly juist zoo uiterst pijnlijk," antwoordde de dokter lachende. „Maar komaan, we zullen alles maar met den mantel der liefde bedekken. Wie zal den eersten steen op de honden werpen, zoolang de menschen hun nog zooveel slechte voorbeelden geven. Tracht jij nu maar je hond terug te krijgen en breng hem dan vanavond bij mij."

Zoo gezegd zoo gedaan. Ik ging naar het huisje van den koetsier en toen Tom daar niet was naar de daartegenover gelegen uitspanning. De gelagkamer was leeg.

Sluiten