Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het zou ook een beetje mal staan bij zoo'n sarong en kabaai .. .

En een helderen lach volgde.

Och, ze lachten als kinderen, om alles en om niets. Als veertjes zoo licht zweefden ze over den weg en in de boschjes rondom de benting, pratende zonder elkanders antwoorden af te wachten, tot ze beide merkten, dat ze voortdurend tegelijk babbelden: gereede aanleiding tot een nieuwe lachbui.

En als ze dan uitgepraat raakten over hun jongste ondervindingen over menschen en dingen in hunne omgeving, en weer eenige nieuwe ontdekkingen hadden gedaan van overeenstemming in denken en gevoelen en ervaring, — dan werd hun tred langzamer en arm in arm zeiden ze elkaar, veel zachter pratend, vertrouwelijke woorden van zoete verwachting.... Een verwachting die niet beschaamd werd en wier vervulling een heele verandering bracht in het leven en de gesprekken van het viertal.

O ! die tijd ! ....

De groote vriendschap der vrouwen, haar bijeenblij ven, was een troost geweest voor de beide mannen,

toen ze opgeroepen werden naar Lombok.

*

* *

Anton keerde alleen terug. En bij zijn terugkomst was ook Lize alleen met hun kind. Terwijl hij de twee beminde wezens in zijn armen sloot, kwam er een groote weemoed over hem, bij de gedachte aan den vriend die niet was weergekomen, — en aan

Sluiten