Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. Ik — ik weet niet.

M. Pa spreekt je 'r wel verder over. {Pauze).

R. [Zit achter de groote tafel, verlegen).

C. [Denkt).

W. [Suft, hoofd in de handen).

M. [Slaat langzaam op, gaat zwijgend heen).

C. (Verschuift zijn stoel als u goed weg is). [Algemeene verademing).

R. [Zucht en ziet C. kalm aan).

^V. [Zenuwachtig, begint te snikken). O ! O ! O !

C. (Aangedaan). Willem — kom.

R. (Warm gevoelig). Willem — stil nou.

W. O ! O! Altijd, — altijd, — altijd dat kantoor.

R. [Weent ook). Wim — wim [raakt hem niet aan).

C. Zeg — wees nou kalm, — je maakt je nog ziek, (stond op).

W. Maar 't is zoo veel, — [droomerig) zoo veel.

C. [Denkend). Ja.

R. [Gaat in een hoekje; zacht, stil).

C. [Loopt wat). Ja.

W. [Hoofd in de handen), 't Moet veranderen —

R. [Ziet bang op).

W. 't Moet anders worden —

C. Hoe? [knikt R. om heen te gaan).

R. [Zacht heen).

C. Maar hoe?

W. [Treurig). Och — ik, [ziet om). Waar is Rijntje?

C. Die is weg gegaan, ze was zoo bedroefd.

W. Zij is de eenige hier in huis, die met me meeleeft — haar zal ik missen — en Pa soms ook.

Sluiten