Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V. Wees zoo goed, naar de eetkamer.

C. (Gaat zwijgend heen).

H. (Glimlacht).

V. Ga nu zitten.

H. {Links, half leunend).

W. {Klein, als een kind op de stoel aan de tafel).

V. Wat hadden je lui? (na gedacht te hebben). H. Ik — (koud) kwam binnen en zag Willem en — zijn vriend zeer ongemanierd zitten, ze sliepen geloof ik, — ze deden ten minste ontzettend mal. V. (Ziet W. aan).

W. (Hoort niets, zegt niets).

H. Ik maakte natuurlijk een aanmerking. V. (Luistert scherp).

H. (Wachtte de indruk van zijne woorden). Toen zei Willem iets van stik. —

V. (Ziet IV. boos aan).

H. en adder en die vriend van 'm deed ook

zoo iets van boos worden, geloof ik (glimlacht). Ik wilde Willem er over spreken en dat vond Meneer de kunstvriend niet goed, hij wilde hem meenemen. — Daar verzette ik me tegen, — vandaar onze houding.

W. (Suft).

R. (Komt binnen, is verbaasd over de toestand).

V. (Ziet om). Wel?

R. (Ziet W. aan, daarna H. Antwoord V. niet).

V. Wel?

R. Tante Tante vraagt — of de heeren

komen eten, — vraagt Tante. — (starend).

Sluiten