Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R. Kom-je Wim. — Oom zeg 't,—(IV. looptdroomend). Oom — zeg 't, — (fluister d angstig, vreemd, bang), (terwijl zij dit zegt ziet ze W. na), — (mondbeweging tot > Oom zeg 7", — (strijkt in haar haren). (Pauze).

W. (Zacht). Weg — gaan.

R. (Herhaalt zachter als onbewust), weg — gaan, (servet in de hand).

W. Ja, ik ga weg.

R. Dat wist ik al.

W. Ik kan 't hier niet langer doen.

R. Nee —

W. En — ik ga van avond.

R. (Droomend). ^ an — avond — al.

W. Ja, — wil jij wat dingen voor me inpakken, — je weet wel Rijntje, — doe-je 't?

R. (Denkend). Ja, — och ja.

W. (Gaat dichter bij haar). Vin-jij 't niet goed, dat 'k ga?

R. Je moét toch.

W. Ja, — ja, — zorg dus voor mijn uitzet, (glimlacht treurig).

R. Uitzet, (herhaalt dit woord koud). Ga nu eten, Wim. Als Oom en Henk weg zijn — praten we nog wel.

W. Ik eet niet — zorg, dat ze niets merken — dan zouden ze me er in houden.

R. Wees maar gerust, — ga wat eten.

W. Nee. — Maar (haastig). Is Chris weggegaan?

R. Ja, hij zou van middag terugkomen.

W. Ik moet 'm nog veel zeggen.

Sluiten