Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. Helpen — Moe (wil de mand pakken).

M. Nee — nee, — zoo moet-je niet weg? (koud).

R. (Raapt wat sokken op, die vielen).

W. Pa zei, dat 'k thuis kon blijven.

M. En doe je dat dan?

W. Ja. —

M. Wil-je nu weer alles goed maken, ga dan uit je eigen naar kantoor.

W. Maar Pa zei —

M. Och je vader is te goed — veel te goed, die geeft maar toe.

R. (Ziet W. bemoedigend aan).

M. (Zet zich aan 't werk). Neem jij de hemden, Rijntje hier! [geeft wat).

R. Ja 1 ante (zet zich).

M. Je vader is veel te goed, (tot R.) er moeten knoopjes aan 't boord.

. (Leunt tegen de schoorsteen).

M. En wat ga-je nu doen ?

W. O — Chris komt, — we gaan — wandelen of zoo. R. Ja, hij zou terug komen,— (tot M.) drie knoopjes! M. (Tot W.) Zoo. — (tot R.) Goed vast zetten, {Pauze). M, Ja — ja, wandelen is erg nuttig [ziet hem aan). Hè. W. Och — we zouden —

M. En wat had-je met Henk, — wat was dat? W. O, 'k maakte wat boos — en zoo. M. Je begrijpt dat hij 't niets plezietig vind om jou werk te doen.

W. [Knikt R. toe om heen te gaan voor 't koffertje).

Sluiten