Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. Ja, — Pa zal wel boos zijn, — ik zal wel nooit meer terug kunnen komen, hè.

C. (Zacht). Nee.

W. Wat denk jij, Rijntje.

R. Daar moet-je nu niet van spreken.

W. Maar wat denk je.

R. Ik denk, — ja, — ik geloof ook van niet.

W. Nee, (;peinzend.) nee, dat is dood en ik ben hier ongelukkig geweest — dat is allemaal dood, — vreemd, — dan kennen ze je niet meer, — of zouden ze me nog willen kennen?

C. Ga nu niet twijfelen. —

W. Is 't nog geen tijd?

R. Wacht nog even, — zorg dat je aan 't station niet behoeft te wachten, — er zijn daar misschien menschen die je kennen.

W. Dat geeft toch niets — 't is nu gebeurd, — ik ga nog eens even boven kijken, hè, — nog even. — En Chris wil jij met 't koffertje straks vooruit gaan dat is zekerder, — ik wou Rijntje ook nog wat zeggen, zie-je — {beteekenis vol tot R.).

C. Ja — blijf niet te lang weg.

W. Nee — (zacht) 't gaat toch moeielijk — er is iets, (gaat rondziende weg.) (Pauze).

C. 't Is een groote stap — en hij is niet sterk.

R. (Bedrukt.) Ja — nee.

W. Voor jou is 't ook — veel.

R. Ja — ja.

C. Hoe is 't met Henk — hindert die je met zijn — liefde.

Sluiten