Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwijgende bedrijvigheid toepast op een dikke Vlaamsche juffrouw, die het schaterend van de pret toelaat. „Allez, donc, ge zijt pourtang enne vieze (malle) cadé (jongen). Daar komt een aardige groep half zwarte, half witte pierrots en pierrettes aan. Ze ontmoeten een uitgelezen gezelschap schoorsteenvegers en harlekijns en in een seconde tijds is de R u e N e u v e het tooneel van de zotste cancans. Vóór M e t r o p o 1 e is het een geweldig gedrang. Bij tusschenpoozen gaat de deur open en we besluiten binnen te gaan. Nauwelijks hebben we onzen dorst wat gelescht, of een sinister persoon, op wiens rug de woorden: „Ik ben Cornelis Herz, die maar niet dood wil," gaat ons voorbij om gevolgd te worden door een lange rij gecostumeerden, die allen een instrument bespelen en zoodoende een niet onaardig orchest vormen. Daar wijst een zwarte vinger van een geheel in 't zwart gekleede domino met ernstig gebaar naar mijn gelaat, ziet me een oogenblik aan en zegt met droevig stemgeluid: „Tusschen ons, waarde heer, is helaas alles uit, na die laatste historie, dat zult u zelf toegeven, is 't me niet mogelijk.... 't is desolant, maar t is uit en met wanhopig gebaar en 't hoofd weemoedig schuddend gaat hij verder. Naast ons zit een dik welgedaan bourgeois met z'n familie, blijkbaar een lid van den gemeenteraad, daar hij enkele groeten als „Bonsoir mr. Ie Conseiller" heeft te beantwoorden, maar hij zit er niet lang \ oor z'n pleizier, want een roze domino aan den arm van een zwarten dito, tikt hem op den schouder. „Bonsoir Mr. X. dat is hier wel prettig zitten, niet waar, ja ja, men gaat vooruit, als men maar weet te sparen, nou, sparen is wel wat zacht, schrapen en uitzuigen is beter.

Sluiten