Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Je moet 't zelf eerst lezen — alleen en dan gaan we er samen aan denken, — zooals aan een bloem, die wij samen ergens zagen in den avond en weer terug zouden vinden.

't Is nog niet geheel af, — maar ik haast me niet, ik wil lang, lang genieten — geef 's.

R. (Geeft V manuscript").

W. Ik zal 't wat schikken — dit is 't begin — en dan dat, — en dat, — ja de cijfers zijn niet goed — dit is de volgorde, — houd 't nu zoo, — ben-je koud — kom, (staat op) ja, — 't is hier koud.

R. Niet — erg — maar —

W. Kom bij de kachel, (ziet er in) haast uit, (pookt •wat, zet een stoel bij de kachel) hier —

R. (Zet zich). Ik zal me toffels straks uitpakken.

W. (Pookt). De koffers zullen dadelijk komen.

R. O, 'r is niet zoo veel, (trekt haar laarsjes uit). Zie zie, (zet hare kousjes tegen den rand) dat is warmer.

'W. (Gaat ook zitten). Ik zal, (legt een doekje over hare voetjes) hè, zoo is 't beter — (Pauze). Je zag Chris zeker niet veel.

R. Nee, — hij kwam niet meer — bij Oom en Tante, — da 's waar hij werkt veel, — hij maakt een groot schilderij — hij komt hier, hé?

W. Ja, — maar ik weet niet wanneer, er zal van middag wel 'n brief komen, — ja. (Pauze). Als ze 't thuis nu maar niet weten, dat jij hier ben, — of — want als ze 't merken, — zie-je daar ben ik bang voor, — en je broer, -— hoe moet dat.

R. Die schrijf ik misschien wel, — maar toe Wim, zeg, ik blijf bij je, — bij jou, — en — ik weet niet

Sluiten