Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C. (Staat op en rekt zich wat) Ja t Is knap gedaan — rijper, wijzer dan je vroegere stukken.

W. Ja, ik kan het beter — ik ga vooruit. Vroeger werkte ik meer voor 't doel, de uitkomst alleen, maar nu om 't werken zelf — 't schrijven zelf, zie-je. — Ik had vroeger ook een hekel aan 't schrijven — en dacht dat 't luiheid was, maar dat was 't niet.

C. Nee.

W. Ik begreep niet wat werken was — en nu zijn werk en doel één in me geworden.

R. (Beweegt zich, zucht)

W. {Ziet haar aan) Wat zeg-je ?

R. Ik zeg niets — maar —

W. Maar.

R. Ik ben — zoo moe — zoo moe.

W. (Gevoelig, ongerust) Moe? — hoe komt dat?

r ik — ik Weet 't niet, (zit strak)

W. Voel je — je ziek — of —

K. Nee — nee zeker niet — nee niet ziek — maar

C. Misschien door 't weer.

\\r. Ja — 't is misschien niet gezond hier of R. Wel nee — dat niet, ik ben alleen maar moe — ik, ik droom 's nachts zoo erg.

C. Zoo — ja dat is soms vermoeiend.

W. Je moet wat vroeger naar bed gaan, Rijntje, we

blijven veel te lang praten.

R. Maar ik hoor jullie graag — 'k zal wel weggaan. C. Ga wat rustig zitten, in de groote stoel. W. (Onrustig, ziel haar lang, onderzoekend aan) Ja. R. (Gaat zitten, links vooraan, makkelijk)

W. (Gaat bij C. naast de kachel) (Pauze)

Sluiten