Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. (Zakt in de hoek langzaam in elkaar, slap, stom), (ontwaakt, staart rond, slaat op langzaam, tast, wrijft '/ hoofd suf, blijft in de hoek staan).

CHRIS. (Komt binnen).

V. Achter hem, ziet rond en ziet IV. staan).

W. (Ziel hen langzaam aan).

V. (Tot C.). Praat 's wat met 'm.

C. Maar — wil Mevrouw wel — dat ik — hier kom.

V. Ja, — ja, — ik wil 't, — (gaat heen).

C. (Gaal tot W., geeft hem de hand).

W. (Drukt die, verstrooid).

C. (Na wat denken). Wat ga-je nou doen, — heelemaal mis — hoor, — je vader heeft me wat verteld, — stom van-je om te gaan drinken, — drinken.

W. Zoo, — ja, — 't kan.

C. Ja zeker — en dan met Rijntje, — ze hebben je gezien.

W. Ja — ja.

C. Beroerd, — 't is beroerd, — je had op moeten passen, 't is voorbij ons thuis een — scheeve boel — zeg, je kunt toch wel 'n beetje uitkijken — en je nou heelemaal niet laten rollen.

W. Och, — ik wist 't niet.

C. Ja, — maar als je maar toe blijft geven, — je bent totaal willoos — en dan dat drinken, — kerel dat is zoo dom, — zoo weinig.

W. Dan vergeet ik de — boel wat, — je weet wel.

C. Ja, ik weet 'r alles van, — maar — zoo ver is 't toch niet —

Sluiten