Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W. Ik weet 't niet —

C. Ja, — maar — je moet 'r wat aan doen, hoor.

W. (Gaat lam zitten), 't kan me niet schelen.

C. Zoo.

W. Niets kan me meer schelen, niets, niets, — ik had nog iets, ja, — maar dat is ook kapot — lees 's.

C. (Leest). Van den schouwburg?

W. Ja.

C. Ze willen je stuk niet spelen?

W. Nee, — voor 't publiek — deugt niet.

C. Ik had gedacht van — ja, — zoo, dat is beroerd.

W. Och, ja — maar — alles is nu voorbij, uit, — en als ik niet zoo bang was, om — dood te gaan —

C. Ben-je gek — of —

W. Maar daar ben ik zelfs te bang voor — dan — {Pauze).

C. Maar Wim, (gaat tot hem). Kerel, — toe — wil 's, je kunt je oefenen, hoor.

W. 't Is me de moeite niet waard, waarvoor, — waarom oefenen, — willen, wat willen, — leven? Bah! (lachend) leven, — 'k ben blij als 'k dronken ben, leven? willen? willen leven, om 't leven niet te voelen hier, daar, overal, om dronken te zijn, — ze kunnen 't krijgen dat leven van me — 't is te huur voor borrels, — maar ze zullen bekocht zijn, de koopmannen — Ik ben te beroerd om naar den dag te verlangen. En — (iwoedend) en — waarom ben ik zoo, — waarom ben ik zoo, — waarom, — (stond op), ik ken niets — dat zie-je, — ik weet niks, — ja 'k weet dat ik leef, dat weet 'k, —

Sluiten