Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd heel dicht bij 't hare bracht om te zien of zij een letter wel goed zette. Dan voelde ze zijn schrale wang het dons van de hare even beroeren en zag ze haar blozend gezichtje in zijn glimmenden, stijven heerenboord weerspiegelen.

t W as langzamerhand geheel en al donker geworden in de groote keuken-kamer en Adriaan was weèr nauw tegen Pleuntje aangedrongen, om beter te kunnen zien.

En Pleuntje voelde zich zoo vreemd, zoo vreemd

Buiten, tegen 't raam aan, zaten haar vader en haar broer hun pijpjes te rooken. Tusschen het wilde wingerdloof dóór zag zij juist op hun breede, zwarte ruggen. En dan keek zij even steels naar Adriaan die zoo heel anders was dan die twee, zoo'n echte heer uit de stad ....

„Zollen we er moar uutschieën, 't wordt te duuster," zei hij. Adriaan was in alles graag een stadsmensch en een heer, maar in zijn spraak was hij nog geheel boersch.

Zij aarzelde even. Zou ze nou durven?

Het bloed stroomde heet door haar wangen en haar hand morrelde zenuwachtig aan iets dat ze, zorgvuldig in papier gewikkeld, onder haar schort verborgen hield. Een paar maal opende zij haar mond zonder geluid te kunnen geven.

Zou-ie 't gek vinden en haar een dom, onnoozel kind? Zou hij van de dames in de stad wel eens zoo iets gekregen hebben? Kom, wat kon 't haar ook schelen, ze wou durven.

„Miester...."

„Wat is 't Pleunlief?" vleide hij zacht, met een blik naar de ruggen achter 't raam.

Sluiten