Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N o v e 11 e.

DOOR

J. PABST.

Hab jtlngst gesehen zwei augen braun,

Drin war mein heil, meine Welt zu schau'n. O, Bliek, so liebreich und kindlich rein,

Nein, nie und nimmer vergess' ich dein! Vergess' ich dein!

De handen in den schoot, het hoofd wat gebogen, een licht langs de lijn van het fijne profiel, zat mevrouw Hartefelt bij den open haard. Hel brandde het vuur en zijn gloed verlichtte de donkere kamer: fel geglim op het glad-gepolijste van meubels, vluchtig schaduwengehuiver op behangsel en plafond. De hoeken weggedoezeld in onduidelijk, vaag-zwart geschemer. In huis geen beweging; op straat sprookjes stil: elk rumoer gesmoord door een dikken sneeuwlaag. Nu en dan plofte een plak sneeuw met 'n doften smak van de boomen naar beneden.

Onbeweeglijk zat de gestalte bij het vuur. Geschel aan de voordeur deed haar licht opschrikken. Toen hoorde ze in de kamer naast haar, geschuifel en gesleep van

Sluiten