Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar mee naar boven — ik heb nog wat te naaien voor den Zondag."

„Hé! gelukkig! dat mensch werkt bepaald op m'n humeur, met haar lange verhalen over haar thee!" en Hetty draaide het licht weer in en hernam haar plaatsje bij het vuur. Toen kwam ze langzamerhand weer onder de bekoring van dat heel, heel stille om zich heen, dat geheimzinnig geschemer van schaduwen in de kamer met helle opflikkeringen en de warme verlichting op het fijne gezicht tegenover haar — ze kon daar nooit genoeg naar kijken, 't Was haar als had ze hier na lang en rusteloos zoeken, een vredige rustplaats gevonden en in dit oogenblik gevoelde ze zich volmaakt gelukkig.

,,'t Is jammer," zei mevrouw Hartefelt opeens, „dat je Willem niet kent, mijn zoon,'n beste, joviale jongen, heel vroolijk maar ook heel ernstig; hij is sinds bijna tien jaar in Indië, president van den landraad te Soekaboemi."

„Komt hij niet eens terug?"

„Hij schreef er laatst nog niets van — hij is nu bijna tien jaar weg . . .." Opeens bracht ze haar handen voor 't gezicht en begon zacht te schreien. Verschrikt zag Hetty haar aan. Gewend haar aandoeningen te bedwingen, herstelde mevrouw zich spoedig.

„Hij weet het nog niet; fluisterde zij, „we hadden niet het hart hem te zeggen den vorigen keer, „mijn man schreef alleen ik moest mijn oogen nog ontzien na de mazelen, heette het. 't Laatste wat ik ziende ge daan heb, is een brief aan Willem geweest. Maar hij moet het nu toch weten, — licht hoort hij 't van anderen — o, dat ik het zelf kon doen!"

„Als u het mij eens dicteerde," stelde Hetty aarze-

Sluiten