Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weèraal en kikker hebben ruw weer voorspeld, de bloedzuiger alleen bleef vastgehecht aan het glas boven het water. Hij kreeg gelijk, vandaar aan hem thans de plaats aan het venster.

Als chronometer bij zijne waarnemingen diende eene oude standklok, die de maanphasen aangaf, doch waarvan sedert onheugelijke tijden het datumwerk stilstond.

Een rekje met boeken, een viertal stoelen, een leuningstoel, tafel, spiegel en eenige verbruinde schilderijtjes in olieverf, voltooiden het meubilair.

Er was iets gezelligs, rustigs in die kamer, en gaarne nam ik er steeds plaats in de breede uitgesneden vensterbank, wanneer ik Woensdag- of Zaterdagmiddag op de Burgerschool vrijaf had, en bij goed weer naar buiten trok.

Oom was nog al gesteld op mijn bezoeken, en wanneer ik die om een of andere reden wel eens wat had uitgesteld, zei hij meer dan eens:

„Jóng, doe mós mer ins 'ne keer dökser *) hie kómme, ich höb det erg gèèr 2). Lamers is 'ne boere klöppel 3), en Angenees is ei good deer 4), mer det schneurt5) zie verstandjd eweg 5) in de rozekrans. Mit dich kan ich nog ins ei verstenjig waord spréke, en det duit mich 6) wurkelik good!"

Gij kunt denken dat ik op vijftien- of zestienjarigen leeftijd daarmee gevleid was, en ook, ik mocht oom wel.

De jongelui op school, die dan soms in klubjes den

I) Döks = dikwijls, dökser =: meer dikwijls. 2) Graag. 3) Boe¬

ren knuppel = boeren kinkel. 4) Een goed dier (liefkozend gezegde).

5) Eweg schneuren ~ weg snoeren. 6) Dat doet me.

Sluiten