Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden sliep hij niet meer met haar in dezelfde bedstee, het benauwde haar en hij kreeg dan ook al heel weinig slaap. En doordat hij zoo licht sliep, werd hij bij 't minste geluid van Aaltien wakker en kon haar helpen.

Aaltien was een beetje tot rust gekomen, nadat ze gedronken had; ze schoof zich met moeite wat meer naar rechts en lag nu zóó dat ze het gezicht had op het groote kabinet met de drie blauw en rood gebloemde kommen er boven op. Zijn koperen ringen en knoppen glinsterden in het maanlicht. Zij keek er naar met wijd geopende starende oogen en het scheen haar toe als grijnsden de deuren en laden haar tegen. Duidelijk hoorde Aaltien ze zeggen: „leeg — leeg — zelfs geen doodshemd."

Waar was alles gebleven? Wie droeg er de schuld van dat ze, ondanks Geert's zwoegen en werken, steeds meer achteruit gegaan waren, zich steeds hadden moeten verminderen?

„Mijn schuld, mijn schuld," fluisterde Aaltien.

Wat zooveel arbeiders van betrekkelijke welvaart heeft gebracht tot armoede, de eeuwige koffie- en borrelvisites, de spilzucht en de snoepzucht van de vrouw, had ook hen steeds meer achteruitgebracht. Zooals het meestal in dien stand gebruikelijk is, hield Aaltien de kas, zij had de sleutels van het kabinet, waarin het geld bewaard werd. En zoo kon Aaltien over het geld beschikken en het gebruiken, zonder dat Geert er het rechte van gewaar werd.

Langzamerhand verdwenen de beide koeien die ze in het begin van hun trouwen hielden. Opgegeten en gedronken. Daarna de varkens. Toen kwam de beurt

Sluiten