Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\

hoed, zooals zij eens een enkelen keer er twee gezien had, die door 't gehucht getrokken waren. En heel vriendelijk zou hij wezen en zijn hand op haar hoofd leggen en dan zou hij haar meenemen, in een rijtuig, en ze zouden wegrijden, wegrijden naar de stad toe en nooit zou ze hier meer terug behoeven te komen . ..

Toen was het gebeurd.

Het was Drie-Koningen-avond.

In de gelagkamer van het „Blauwe Schaap", in dikken walm van stinkenden tabaksrook, speelden de mannen potspel om centen, drinkend en schreeuwend met schorre kelen.

Thea was vroeg in haar bedsteè gekropen dien avond, een dompig, door planken afgeschoten hol in een hoek van de kleine hut, waar zij met Geurte-moei sliep en zij nu, alleen, angstig, te luisteren lag naar het woeste getier dat tot haar doordrong.

Soms, bij oneenigheden in het spel, verdubbelde het rumoer, klonken heesche vloeken luid-op en dan kromp Thea in den diepsten hoek der bedsteè weg, haar vingers stoppend in haar ooren, voor hare oogen het woeste geblikker van messen.

In de donkere hut was Geurte-moei aan de tafel in slaap gevallen.

Thea zag haar op heure ellebogen voorover liggen, haar schrale, platte borst in schokkige, moeilijke ademhaling.

En onheilspellend-stil, vreemd bij het rauwe gebrul dat van buiten kwam, scheen de hol-duistere ruimte van de hut iets te wachten.

Plotseling toen het haastige, hals-over-koppige binnen-

Sluiten