Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest de Tzarewitch maar niet al te nauw zien. De wil was goed, en aan een Nederlandsch indrukwekkend maritiem schouwspel, aan een grootvorstelijk entree, zou het den toekomstigen beheerscher aller Russen althans niet ontbreken. De ontvangst bracht zeker zijn rente wel op in den vorm van vriendschap verbonden, handelstraktaten en wat dies meer zij.

En zoo arriveerden wij op 'n mooien morgen met de Esmeralda te Batavia; de Commandant als een weerhaan rondkijkende of de russische schepen er niet al lagen — de Tzarewitch zou met drie groote schepen komen. Al§ ze er al lagen, waren we natuurlijk te laat; de Grootvorst ging, dat spreekt, zoodra hij gekomen was, dadelijk aan wal. Dan had hij langs maar drie schepen, anderhalve eskader-rij, moeten gaan en de plechtigheid was finaal in 't water gevallen. Verbeeldt je, de aanstaande Keizer aller Russen passeeren langs maar drie schepen in plaats van vier, en dat door 't te laat komen van de Esmeralda. De Admiraal, het heele Departement van Marine en de Minister in Holland er bij zouden hem dat nooit vergeven. Op die angstvolle gedachten brak den Commandant het koude zw. .. .! neen, t woord was al te onvoegzaam voor de plechtige gelegenheid.

Commandant, wat staart gij en ziet verwilderd rond? dacht ik als officier van de wacht, toen 't anker gevallen was en ik mijn braven Chef nog maar altijd naar de kim zag turen. „Geen Russen meneer?" vroeg hij, „ziet u iets?" „Geen bewijsje er van, Commandant, niet t simpelste rookpluimpje!" — En de Comman-

Sluiten