Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Vrijdag), den dag waarop de geloovige ter Moskee gaat De inlander gevoelt zich bij dergelijke feesten groot! Zijn Toewan Besaar is toch een machtig heer, want ook een Groot machtig Heer komt uit verre landen Hem bezoeken — een Vorst, een Westersche GrootRadja h !

De Grootvorst was dien dag op jacht geweest te Buitenzorg, en eerst laat te Batavia terug gekomen. Zou hij wel komen? 't was toch al negen uur! Hoe zou hij komen ? in gala of maar eenvoudig in burgerkleeren, in 'n rok en witte das, net als de GouverneurGeneraal! — Jammer! — Enfin, men zou wel zien.

De voorgallerij en de platte heel lange en breede stoep (zouden we in Europa zeggen) van „de Harmonie" vullen zich al meer en meer met dames en heeren uit de verschillende zalen ('t is dan ook al tien uur geworden); 't staat er „prop!" Nu moet de Grootvorst toch haast komen! Men begint zich te vervelen; alle gelegenheidsdiscoursen zijn reeds door ieder uitgeput. Kon er maar vast wat gedaan worden: gedanst of gespeeld, of wat muziek gemaakt!? Maar dat mag natuurlijk niet. Er kan alleen maar gewacht worden op den Hoogen Gast. Van het: „lesgrands seigneurs..." is al wat een misbruik gemaakt door de in spanning verkeerende menigte.

Daar rolt een schitterend rijtuig aan, met groote glimmend zwarte paarden in fonkelend tuig: hoe groot de bespanning is wordt niet geteld, maar de livrei is keurig. — „Daar hei jen'em!"

Gekeken, met uitgerekte halzen. „Wie zitten der in?" Twee heeren, in nonchalante houding, en netjes in

Sluiten