Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dames-beaumonde ziet men tusschen hoofden en over schouders, het eerste span schimmel-koppen voorbijgaan in een sukkeldrafje vlak langs de voorste rij menschen; dan volgen de jockeys, maar dan worden de uitkijkopeningen verstopt door hoofden vóór zich — „och, vervelend!" — 'n andere kijkopening gezocht: weer 'n jockey; nou zal i gauw komen! O, neen eerst nog de koetsier hoog op de met zwaar gegaloneerd rood laken bedekte bok. — Nou ! Eerst nog de schitterende kolossale lichten van de blinkend gelakte victoria; nog wat van 't rijtuig zelf en dan .... „daar hei jen'em!" mompelen de voorste rijen.

Vier heeren zitten in de koets; allen — teleurstelling — in .... zwarte rok. Achterin rechts een bleek donkerblond jong man van 'n jaar of twee, drie-entwintig, met kort geknipt haar, nog weinig knevel en kleine engelsche bakkebaardjes. Dat is de Izarewitch, want h ij alleen groet de menigte op den weg, die 'n kalm onberispelijk gejuich aanheft. De inlander, nooit luidruchtig, heeft toch den Hoogen Gast zijns Grooten Heers niet onopgemerkt willen laten aankomen en volgt daarom het Westersch gebruik van 't joelen. Het naar z ij n gebruik oneindig veel beleefder neerhurken, het gelaat afgewend als teeken van nederigheid en niet in staat den glanzenden blik van den meerderen te verdragen, zou de vreemde Radjah toch niet begrijpen.

Naast den Tzarewitch zit 'n blozend-gezonde, forsch gebouwde, ook nog jonge man, veel blonder dan den Izarewitch. Dat is prins George, zijn neef en reisgezel om de wereld, de kroonprins van Griekenland, die blijkbaar alleen voor zijn genoegen reist, zoo bon-homisch kijkt hij rond.

Sluiten