Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rug naar de glazen en flesschen maar met de oogen terdege in de zaal! Hadden we daarom zoo moedig voortgestapt? — Waren we thans ook aangeland, precies waar we niet wezen moesten?

„Vrouw, zou je wel meer dansen?" was 't dan ook dadelijk, „je bent zoo warm; we moesten liever naar huis gaan."

Naar huis gaan, wel zeker! En we hadden elkaar pas gevonden. Daar mocht natuurlijk niets van inkomen. Gelukkig gaf vrouwlief dan ook geen direct antwoord maar stelde ons, heeren, aan elkaar voor. Dat leidde af, en was 't aan mij 't onheil verder te bezweren, 'k Probeerde het dadelijk met 'n opgeruimd praatje, terwijl 'k om drie coupes Champagne vroeg. Ik moest met Blauwbaard toch op de kennismaking drinken. Doch de Turk was van zijn a propos niet af te brengen en sloeg na mijn: „op de aangename kennismaking, meneer," dadelijk weer voor om maar naar huis te gaan. — De beul! — Verbeeldt je!? — Neen vader, dacht ik, dat gebeurt nooit.

„Nog één dansje meneer, 'n kleintje? dan koelt mevrouw meteen wat op," zei 'k lachend, „we zullen heel langzaam dansen, heel kalm, zoo .. .."

„Jawel," zei Nurks, „dat kennen we."

Natuurlijk gaf 'k om zijn bruskheid niets; maar ik moest met haar dansen, dus met manlief geen ruzie krijgen. „Na die Champagne," vervolgde ik, „zou 'k zeggen is dat juist heel goed."

„Nietwaar?" zei hij grijnzend — „ja, ja."

O, die kerel! zou je 'em niet hebben?.... doch, ik bleef maar de luchthartige praatjesmaker.

Sluiten