Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooruit zoo niet zeggen, met het weer." Vanmorgen ook, Jo en hij, kalm aan het ontbijt, opgeschrikt door een telegram: „We komen vandaag". Zijn broer met vrouw en drie kinderen. Jo was teleurgesteld, ze had zich verheugd op dezen rustigen Zondag; het was zoo warm, ze had wat hoofdpijn, en nu in eens al die menschen, dat gepraat.... Anders vond ze het wel prettig menschen te hebben, maar nu

Hij ging den heelen drukken, zonnigen dag na, onderwijl zich verkneuterend in de koelte, de donkerte en de rust om hem heen.

Eerst naar 't station, hij was ze gaan afhalen. Die volte, menschen, verhit door de warme coupé, met kleurige hoeden en lichte pakken, hun stadskleeren hier warm-doend en druk; dringend door het tourniquet, dan op den warmen, stoffigen weg stilstaand, rond kijkend, welken kant ze gaan zullen.

Zijn broer, goede vent, en zijn schoonzuster met haar elegante maniertjes en klein stemmetje, iets als zijn vrouw, maar toch anders, wat gemaniereerd. De jongens, uitgelaten aan zijn handen hangend, het witte stof opschoppend met hun kleine, stevige voeten; het meisje, wat ouder, bedaard er naast loopend, met haar nette stapjes, haar fijn klein-dametjesgezichtje heel teer lijkend in al dat licht.

Hè, wat was het toch warm geweest! — Het werd nu koeler, een boerenpaartje gaat voorbij, hij met zijn zware boerenstappen, zij heen en weer slingerend aan zijn arm, hun stemmen gedempt klinkend ....

Toen na de koffie een wandeling, het bosch in maar, daar was tenminste schaduw. De zusters vooruit, elkaar

Sluiten