Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Jullie mogen niet kibbelen, heeft ma gezegd."

„Zoo? 't kan me niks schelen!"

„Dat zal ik zeggen."

„Klikspaan!...."

„Kijk, kijk een eekhorentje!"

„Laten we 't vangen!"

Zijn broer en hij achter wandelend.

„Dus, je denkt, dat ze solide zijn."

„'k Zou 't wel denken."

„'t Is en blijft een waag."

„Ja wat dat betreft, ik nam liever...."

Dan wat gaan zitten, wat gebruiken. De kinderen wilden spuitwater. „Ik suiker, Pa! Pa, mag ik véél suiker?!"

„Sst, niet vragen, dat weet je wel." Groot gemors, 't heele tafeltje drijvend van 't kleverige nat. Het slot is, dat het te zoet is, en ze het niet opdrinken. Eigenlijk geen plezier zoo uit....

Op den weg hoorde men nu sloffende voetstappen.

„'N avend."

O, 't is Jochem, hij herkende hem aan zijn beetje scheeven rug. „Goeien avond, Jochem." Hij heeft pas zijn dochter verloren en woont nu heel alleen. Ellendig voor zoo'n man, die heldere, heete Zondag achter die blauwe horretjes, met niemand bij hem! Ze zeggen, dat hij drinkt.... Hè, wat was hij toch eigenlijk blij, toen

Sluiten