Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekeren; doch het was nog geen Zondag en er bleef dus nog tijd over om er op na te denken.

Maar, de tijd bleef niet stilstaan. De Zondag was daar en nog wist ze eigenlijk zelve niet, of ze al of niet de stulp zou gaan afhalen.

Toen zij na de Vespers met hare meid uit de kerk kwam en vóór de afspanning gekomen was, bleef zij een oogenblik staan en sprak:

„Welnu, Beth, wat zoudt gij in mijne plaats doen?"

„O, juffrouw, ik zou er niet lang over nadenken, maar dadelijk de stulp afhalen, 't Is toch nog beter ééne stulp dan geene."

,,'t Is waar, Beth, maar met ééne stulp is er toch niets aan te vangen!"

„Ik weet het, juffrouw, maar om mijnen kop uit te werken, zou ik ze toch niet in de handen van het comiteit laten."

Inwendig oordeelde de deerne er eveneens over, en zonder een woord meer te spreken, richtte zij hare schreden naar de deur der afspanning, op de hielen gevolgd door Beth.

Binnen gekomen, ontwaarde zij verschillende leden van het comiteit, waaronder de zwaarlijvige burgemeester, die in eenen breeden armstoel zat. Ook de onder wijzer bevond zich in de gelachkamer en speelde op het biljart.

Hadde juffrouw Wolvers gedurfd, ze zou op staanden voet rechtsom gekeerd en de afspanning verlaten hebben, doch om niet met zich te doen lachen, bedwong zij zich en trad op het comiteit toe.

De burgemeester redde haar uit den neteligen toe-

Sluiten