Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neer zij er eene gelegenheid toe vinden, niet aarzelen een jongen te kussen, zelfs vooraleer deze de lippen op hare poezelige wangen gedrukt heeft."

„En juffrouw Wolvers blikte naar omhoog, als vreesde zij, dat de maan haar zou verraden hebben."

„En andermaal was het gedurende eenige stonden doodstil. Het was ook zoo majestatisch in den helderen maneschijn, dat men meer tot droomen dan tot spreken zou geneigd geweest zijn. Gaarne wil ik gelooven, dat zoowel de juffrouw als de jonge onderwijzer een onuitsprekelijk geluk genoten. Dat was echter bij mij minder het geval," vervolgde de burgemeester, want ik moet bekennen dat de houding, welke ik verplicht was aan te nemen, verre van aangenaam was, daar ik zorgvuldig vermijden moest mijn hoofd niet buiten de schaduw van den eik te steken, om niet alles te bederven. Vandaar waarom ik er eindelijk toe besloot met den schouder tegen den boom te leunen, den voet een weinig vooruit, ten einde mijn lichaam zooveel mogelijk voor de helling der beek tegen te houden. Het keuvelen herbegon eindelijk, en ik moet waarlijk de bekentenis afleggen, dat beiden in het vrijen niets meer te leeren hadden.

„Op den duur scheen de onderwijzer er toch aan te denken huiswaarts te keeren. Het werd hoog tijd, want ik stond daar al ruim eene halve uur achter den eik verborgen.

„Kom, lieve," hoorde ik den onderwijzer zeggen," ik ga heen; laat mij u op mijne beurt eens hartelijk kussen."

„De jonge man scheen dit met zekere plechtigheid

Sluiten