Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De brouwer wierp een doordringenden blik op Anna, en sprak eensklaps met krachtige stem:

„Ja, juffrouw, gij hebt gelijk. Als de burgemeester onzer gemeente zich aan vuigen laster heeft schuldig gemaakt, verdient hij niet alleen dat men hem met schande wegjage, maar men zou hem er bovendien een brandmerk moeten bij geven."

„Zoo denk ik er ook over, mijnheer. Ge zult dan wel met mij t akkoord zijn, dat ik niet ten onrechte verontwaardigd tot u gekomen ben, om u rekenschap te vragen over uw wangedrag?"

„Zie, juffrouw, dat is wat anders. Zou ik u mogen vragen, waarin de euveldaad bestaat van den burgemeester?"

„Men heeft mij uit zeer vertrouwbare bron verzekerd, dat gij in de afspanning St. Sebastiaan, aan al wie het hooren wilde, gezegd heb, dat ik den onderwijzer aan het hekken mijner woning een kus gegeven heb!"

De brouwer, die bemerkte dat de zaak toch vergald was, sprak glimlachend:

„Welnu, ja, juffrouw, dat heb ik gezegd, maar niet met de bedoeling er u door te benadeelen."

„Als het zoo is, zijt gij een gemeene kerel!"

„Wel, juffrouw, als gij er aldus over denkt, dan meen

ik het recht te hebben u te zeggen, dat gij veel gemee-

ner zijt dan ik, want indien gij het eene schurkenstreek

noemt, te zeggen dat gij den onderwijzer gekust hebt,

hoe moet ik dan het gedrag bestempelen van haar, die

zegde in den helderen maneschijn: „Zie, Frans, nu zou

ik u nog iets willen vragen: altijd heb ik gedacht, dat

er voor een meisje niets gelukkiger bestaat in de wereld II. 9

Sluiten