Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk dat er in zijne tegenwoordigheid over gerept werd.

Zoo was langzamerhand de dag aangebroken, waarop het huwelijk zou ingezegend worden.

Er viel als een zwaar gewicht van het hart der juffrouw, toen zij dien morgen, van achter haar venster, de schepen van den Burgerlijken Stand, op zijn Paaschbest gekleed, zag voorbijgaan, stellig met het doel om haar huwelijk ten gemeentehuize te gaan sluiten.

Zij werd nog meer gerust gesteld toen zij, eenige minuten later, de burgemeester, in zijne gewone werkkleederen, met klompen aan de voeten en eene steenen pijp in den mond, wandelend zag voorbijtrekken.

Nauwelijks was hij voorbij de woning der juffrouw, of hij richtte zijne schreden naar de kom van 't dorp.

Op het gemeentehuis gekomen, riep de burgemeester den schepen van den Burgerlijken Stand in zijn bureel en sprak hem toe:

„Er zijn vandaag twee honderd frank te verdienen ten voordeele van de armen. Als voorzitter van het Armbestuur zult gij er zeker prijs op stellen, deze som te helpen winnen, niet waar?"

De schepen zag niet weinig verbaasd op bij 't hooren dezer woorden.

„Wat wilt ge bedoelen, burgemeester?"

„Ik bedoel dat de kas van het armbestuur met twee honderd frank kan verrijkt worden, op voorwaarde dat i k het huwelijk van juffrouw Wolvers sluit."

En met eenige woorden maakte hij hem bekend met gansch de toedracht der zaak.

„Maar, burgemeester," hernam de schepen, „kunt gij nu toch het huwelijk van den onderwijzer sluiten met

Sluiten