Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opengegaan was nog, en toch zoo zalig zich wiegde op die zoete melodiëen, waarin oplosten alle klanken uit de boeken die zij las.

Was het waarheid, of zinsbedrog, wat zij zeiden over het geluk? Zij kon er niet aan gelooven nog.

Er was nog niets duidelijk in haar dan de vlam, die brandde op het reine altaar der Wetenschap, in groot begeeren naar steeds helderder stralender licht om daarmee te schijnen in de schemerhoeken harer ziel.

Want zij dacht, dat die vlam wel alles helder zou kunnen maken, al het verborgene zou doen ontwaken tot bewustheid. Zij wist niet, dat dit voor een vrouw onmogelijk is.

En wachtte geduldig.

En leefde van de adoratie harer scheppingen van droom, knielend voor de wit omwaasde fantazieën, en zichzelve dan voelend heel klein.

Ze woonde weer ergens anders, in een groot dorp met uitgestrekte dennenbosschen, die ruischten als de verre wijde zee op warme zomermiddagen.

Er waren geen bloemen in die bosschen, — niet de blanke anemonen en de vergeetmijnietjes langs de oevers der heldere beken van het bosch waar zij als kind gedarteld had. Maar het klaaglied der dennen, — het weemoedsvolle ruischen waarin klonken de klachten van voorbijgegane geslachten, éen lang trillende weemoedsviool, dat had ze nog nooit gehoord in statige beukenlanen. Het was iets heel nieuws en moois.

Zij deed nu ook reizen en zag veel in vreemde steden, dat haar aandacht vroeg en bewondering. Het

Sluiten