Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij nam haar verbeelding zeer in beslag in dien tijd, zij leefde in een voortdurend gedésillusionneerd-worden en dan weer hoop hebben dat de schoone nimbus, dien zij in haar adoratie-droomen weefde om zijn hoofd, toch niet gansch verdwijnen zou. Zij was wel eens boos, en sprak dan soms een maand lang niet tegen hem, voelde zich ongelukkig, en schreef dat er nu voor goed verwijdering tusschen hen was.

Frédi begreep niet goed haar heen en weer slingeren op die gewaarwordingen, zij zelve was sterk en standvastig. Ze schreef veel en innig:

„Ik dank je, lieve, voor het vertrouwen dat je opnieuw hebt getoond in mij te stellen door mij weer alles wat er in je omgaat, mee te deelen. Doch er is weer zooveel tegenstrijdigs in je brief, dat het heel moeielijk voor mij is, je er behoorlijk op te antwoorden. Ik begrijp wel, dat wat je tegenstrijdigs schrijft, eenvoudig het resultaat is van den strijd, dien je verstand met je hart voert, — doch nu is het moeielijk voor mij op een der beide redeneeringen in te gaan, daar ik veel kans loop, dat als je nü, bij ontvangst van dezen, in een koele, nuchtere stemming bent, je mij heel dwaas en overdreven zult vinden. Toch wil ik nu eens alleen aan je hartstochtelijke uitingen denken. Dat je, als je hem ziet, altijd weer door een „rush of feelings" overvallen wordt, begrijp ik wel. Maar als je in waarheid niet wilt dat alles weer wordt zooals het geweest is, omdat je begrijpt dat het een scheeve verhouding is, hij met zijn liefde, en jij met je „goeden invloed," dan mag je hem ook niet het recht geven te denken dat je weer eenige toenadering toont. Je kunt immers maar

Sluiten