Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de vreeselijke smarten die op aarde door verschillende menschen worden doorgemaakt, hoe blij mag men dan zijn, nog maar zoo'n gering deel daarvan te krijgen. Want heusch, bij veel te vergelijken is jouw verdriet niet groot, Litha, in zooverre vond ik je brief heel overdreven.

Zich in iemand te bedriegen is vreeselijk, men twijfelt dan aan alles, nietwaar? Maar je troost moet je nu niet zoeken in allerlei op de zinnen werkende en het koele verstand benevelende dingen — je schreef hoe je genoot in die kerk — niet in de aantrekking der Roomsche kerk, die jou, Lie, nu een toevluchtsoord zou schijnen, omdat je in jezelf geen rust vindt, die je daar zou denken aan te treffen, maar in het werkelijke leven, en dan af en toe in de stilte, als 't hart te vol wordt, zich desnoods eens een oogenblik geheel vernietigd te voelen, en God te bidden vol van het reinste verlangen naar Hem, in het zoeken naar vergetelheid.

Je moet je verdriet niet aankweeken, jij vooral niet Litha, op jou zou het een noodlottigen invloed hebben. Ken je dan het gevoel van groote verlichting niet, dat enkel het spreken tot God verschaft? Is dit je dan niet voldoende en moet dan noodzakelijk de omringing van al die mooie, maar op de zinnen werkende voorwerpen je tot echt bidden brengen? Het is zichzelf een slaapdrank ingeven en door een nevel zien! Probeer het eerst eens anders, zonder al het zinnelijke der Roomsche kerk erbij te denken. Ik voor mij — ik kan niet anders dan den heiligsten troost vinden als ik mij op mijn kamer opsluit en dan tot God bid! Dan wijkt al

Sluiten