Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gansche voelen, en de wanhopige vraag aan het einde, hoe het toch kwam, dat zij gevoeld had vroeger naast alle désilluzie en smart toch óok soms zulke hooge oogenblikken van pure overgave in gedachten, zoo vol van rein geluk.... en hoe het kwam dat die momenten van licht haar zóo dierbaar waren, dat zij ze lang niet heeft willen missen, ondanks de duisternis, die er tusschen lag altijd?

Fré antwoordde.

Z ij had al lang geweten, en niet willen spreken, omdat ze begreep dat het toch uit moest gevochten worden door Litha's eigen hart, — omdat Litha niet gelooven wou wat ze zei. Maar nu antwoordde ze:

„Weet je, wat dat raadselachtige in je gevoel was? Niets anders, mijn Lie, dan je zielsbehoefte om iets hartstochtelijk lief te hebben, om alle intieme gedachten en alle heiligste gevoelens te laten draaien om éen spil, — altijd in het heiligdom van je ziel een afgodsbeeld te plaatsen, dat veilig is voor aller blikken en dat je daar enkel nederzette om door jou te worden aangebeden. En zoo wou je, dat het daar staan zou, je afgodsbeeld. heilig, geheimzinnig, stil, met een stralenkrans om het hoofd.

Je ging er niet te dikwijls heen om er voor te knielen, dat zou den nimbus eraan ontnomen hebben, maar het wéten alleen, dat daar die tempel was en dat daar

dat afgodsbeeld stond dat weten was in staat je

gelukkig te maken. Je herinnerde het je telkens weer, met een zalig geluksgevoel, tusschen de kleinheden van het alledaagsche leven door, sprekend met anderen, omgaand met anderen, en dit alleen ook was voldoende

Sluiten