Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het is een groote vergissing geweest, dat ik gedacht heb een steun voor je te kunnen zijn, maar ik heb het ingezien, ik kan niet."

Hij werd doodsbleek. Zij schrikte, het medelijden ontwaakte, had hij haar dan toch nog lief, altijd hetzelfde, mijn God, hoe was het mogelijk, wat nu?

„Dat kun je niet meenen," zei hij met bijna klanklooze stem.

„Ik meen het, zoo waar als ik heb moeten lijden om je, om de gedachte, die me folterde, dat jij niet wou

strijden om te dragen het leven, als ik je niet hielp,

maar ik kan dat niet, ik heb geen kracht genoeg voor ons beiden."

Hij stond vlak voor haar. Zij zag hem aan, zijn oogen vlamden, met vaste stem zei hij:

„Dat jij om mij geleden hebt, bindt ons voor eeuwig aan elkaar."

„Dat doet het niet," riep ze hartstochtelijk. Ik heb mijn leed verwonnen, ik wil voor mijzelve niet dooden alle hooge dingen om jouwentwil.

Hij bemerkte den onbuigzamen wil die sprak uit haar woorden, uit haar fleren blik.

„Litha, mijn Lie, laat me niet alleen, ik heb je zoo noodig, je weet het...

Dat was hetzelfde van vroeger, dezelfde teederheid.

Maar nu kon dat niet meer haar omstrikken door de betoovering van haar machtsgevoel over hem.

erontwaardigd zag zij hem aan, en beheerschte zichzelve, terwijl er rees een storm van toorn en verachting over die lafheid in haar hart:

„Ga heen, worstel je vrij, zooals ik het heb ge-

Sluiten