Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat nooit weer zou kunnen rijzen in haar die glans, dat stralende licht van vroeger, waar zij mee omkleed had realiteit.

Want bij haar adoratie wou ze zelve niets zijn, heelemaal niets, verzinken in niet tegenover een groote meerderheid. Die meerderheid had ze niet gevonden. Toen viel het beeld aan stukken.

Maar nu kón ze niet meer voelen zichzelve als niets tegenover een ander mensch, kon niet meer buigen haar ziel, krachtig geworden en door strijd gestaald, voor het beeld van een mensch, als afgod geplaatst op een troon in haar hart, omweefd door teere weefsels van adoratie....

Want nü plaatste ze er tegenover, koud en scherpomlijnd, de wèrkelijkheid van dat beeld.

Ze kende nu den strijd waarvan het gansche leven vol is, zag het struikelen en vallen, en begreep, dat niemand kon plaatsen een ander mensch zóo hoog, zonder zich bedrogen te zien, eenmaal.

Zonder te lijden éénmaal de zielverscheurende smart van Désilluzie ....

Dat wou ze niet ten tweeden male, al dat donkere leed,.... en toch kon zij niet lief hebben zonder adoratie, zich niet voorstellen Liefde hoog en puur zonder dat echt-vrouwelijk gevoel. En zij kon niet begrijpen ook hoe het leven dan te dragen, als dat gevoel verdwenen is gansch en al uit Liefde ....

„Het is een harmonieeren van twee zielen waardoor zij méér kracht hebben dan ieder van hen alleen, het is een steunen en s:hr_igj.i van elkander, en een gezamenlijk strijden voor een mooi doel" zeiden sommigen.

Sluiten