Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gevaar, als zij weer ging verliezen zichzelve in onbestemdheid.

Zij harmonieerden in weinig opzichten. Alleen voelde hij hoe gewillig haar geest zich liet meevoeren tot zijn gedachtenpeil, hij zou haar altijd bij zich willen hebben om te genieten van het wondere samentrillen soms harer ziel met de zijne.

Het donkere hoofd op haar handen gesteund zat zij aan haar schrijftafel, beschenen door het roze licht der staande lamp met lichte kap. In statige rijen stonden zware donkere boeken langs den eenen wand. Voor haar lagen witte vellen papier, enkele brochures en daartusschen, — iets heel zachts en liefs in het ernstigdonkere der kamer, — een crème kinderjurkje, dat zij borduurde. Het was voor een klein nichtje dat haar naam droeg, en evenals zij vroeger, jurkjes van heel lichte, glanzende kleuren kreeg. De zachte wollen stof was uit haar handen gegleden, droomerig staarde zij voor zich uit, voorbij aan alles wat in de kamer was. Tusschen de plooien van het jurkje half verborgen lag een brief.

Dien nam zij nu op en las nog eens over met pijnlijke ontroering al wat daar stond:

„Mijn kleine Litha, 't is stil nu óm mij, al het woelige, roerige van den dag weer schuilgegaan in de zware plooien van de toegehaalde donkere gordijnen. Nu luister ik weer in diepe avondstilte naar het klinken in mij, het ruischen mijner eigene ziele-vleugels, die mij heffen uit al het practische in een wereld van mysterie.

Maar ik kan niet meer hooren daarnaar affeen. Ik

Sluiten