Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of hij wel in den eik zou kunnen klimmen tot in den bovensten tak?

Hij gelooft, dat hij het niet zal kunnen.

Nu hij klaar is, dringt ze er op aan, dat hij het eens zal probeeren en daar hij lachend tegenstribbelt, wijst ze hem, hoe hij den voet moet zetten en de knieƫn buigen. Het lukt niet en eer hij eraan denkt, heeft zij het hem voorgedaan en zit reeds op den ondersten tak.

Of hij een eikel wil ?

Zij wacht zijn antwoord niet af, maar werpt er een paar naar beneden. Nu zal ze zich laten vallen. Hij moet maar niet schrikken. Plof, daar is ze en lachend werpt ze de haren in den nek.

Of er nog meer in dat boek staat en of ze dat eens zien mag?

Zeker.

Dan moet hij hier eens naast haar komen zitten op dat heuveltje en 'nu moet hij het boek open doen.

Een kudde schapen met een herder.

Hij zag ze midden op de hei en toen heeft hij er een schetsje van gemaakt.

Een houten schuur.

O, die kent ze. Die staat dicht bij het sparreboschje.

Juist daar staat ze; hij vond die schuur zoo bouwvallig en ze stak zoo aardig af tegen het gele zand.

Zij zou ook wel zulke mooie dingen wilen maken.

O, dat gaat zoo maar niet kleintje, meent hij. Dat leert men niet in een paar dagen; daar moet men heel lang voor teekenen en dan kan het wel zijn, dat je er nog niets van kunt, want daarvoor moet je aanleg hebben.

Sluiten